Opleiding voor ergo coaches en pedagogisch specialisten of coaches, die pedagogisch medewerkers in de praktijk willen coachen. Dit is een opleiding waar je leert om op de groepen mee te kijken of de kennis over de sensomotorische ontwikkeling in het dagelijks leven gebruikt kan worden door de pedagogisch medewerksters. Dit kan zich richten op:
Dagdeel 1, 2 en 3: De sensomotorische ontwikkeling
Bewegen is de basis van alles wat een kind gaat leren. Vanaf zijn prille begin beweegt het kind en doet het ervaring op over zichzelf en de wereld om zich heen. Dit ervaren en bewegen noemen we de sensomotorische ontwikkeling. Deze bestaat uit de motorische ontwikkeling en de zintuiglijke ontwikkeling. Vooral in het eerste levensjaren van een kind wordt er veel ervaring opgedaan in dit ontwikkelingsgebied. Het is van groot belang dat een kind de fasen in de sensomotorische ontwikkeling goed doorloopt omdat het de basis legt voor zijn verdere ontwikkeling. Hoe ziet de motorische ontwikkeling eruit, en waarom is deze zo belangrijk? We gaan met elkaar kijken hoe de fasen van de motorische ontwikkeling eruit zien, hoe de kwaliteit van bewegen gevormd wordt, en welke ondersteuning dit kan zijn voor de algehele ontwikkeling. Hoe ziet de zintuiglijke ontwikkeling eruit. Welke zintuigen hebben we er ( meer dan 5!) en op welke wijze kunnen we deze op de juiste wijze prikkelen. Waarom is dit zo belangrijk?
Hieraan kan een opdracht verbonden worden: motorische observatie!!
Dagdeel 4: Ergonomie
Werken in de kinderopvang betekent dat je qua lichaamsbelasting een van de zwaarste beroepen hebt gekozen. Dit hoeft geen reden tot zorg te zijn, zolang je dit wél als een reden ziet om zorgvuldig met je lichaam om te gaan.
Een bewuste manier van bukken, tillen en dragen is in dit vak het belangrijkste. Dat lijkt simpeler dan het is, want het gaat niet alleen om de juiste technieken, maar ook om het ‘afleren’ van de spontane manier waarop je gewoonlijk bukt, tilt en draagt.
- Hoe ziet het lichaam eruit en wat is de juiste wijze van tillen en dragen?
- Hoe is je conditie en hoe kun je dit voor het zware werk in het kinderdagverblijf op peil houden?
- Hoe kun je zelf het beste ontspannen; op welke wijze zorg je voor jezelf?
- Hoe gaat het met de ademhaling tijdens het werk?
- Hoe behoudt je het evenwicht bij tillen?
- Op welke wijze til je een kind? Wanneer til je een kind en wanneer niet?
- Op welke wijze gebruik je de materialen die ten diensten staan van het tillen en dragen?
- Op welke wijze kun je een kind dragen en tillen en daarbij de ontwikkeling van het kind blijven uitdagen?
Daarbij gaan we bezig met alle activiteiten en vaardigheden die dagelijks gedaan worden en we kijken met elkaar op welke wijze het werk gedaan kan worden:
Dagdeel 5: Observeren en communiceren
Het kijken naar kinderen is een prachtig gebeuren. Kinderen laten in hun spel en bezigheden zien wat zij nodig hebben en waar hun interesses naar uitgaan. Inspelen op datgene waar het kind mee bezig is, is een belangrijke ondersteuning in hun ontwikkeling. Daarbij is het van belang te weten wat een kind nodig heeft om te ontwikkelen en hoe dit eruit moet zien.
Leren kijken naar kinderen is een wezenlijke basis voor het uitdagen van kinderen. Wat zie je, wat doet het kind, en wat heeft het nodig?
Een observatie is het zo objectief mogelijk beschrijven wat je een kind ziet doen. Hoe beweegt het, hoe gedraagt het kind zich, etc.? Dit observeren vraagt tijd, aandacht en oefening. Waar kijk je naar, hoe formuleer je dit, en op welke wijze kun je uit een observatie een juiste conclusie trekken?
Er wordt geoefend tijdens de cursus, mede met behulp van de motorische observatie, maar er wordt ook opdracht gegeven voor op het werk
Dagdeel 6: Indeling binnen- en buitenruimte
Op welke wijze richt je de binnen- en de buitenruimte in, zodanig dat de kinderen, ongeacht de leeftijd en het niveau van ontwikkelen, worden uitgedaagd? Aan welke voorwaarden voor de kinderen zouden de binnen – en de buitenruimte moeten voldoen. Hierbij is het goed aan alle ontwikkelingsgebieden te denken, zoals de sensomotorische ontwikkeling, de cognitieve en de lichamelijke, evenals de sociaal-emotionele ontwikkeling. Welke materialen zijn hier in aan te raden en welke juist niet? Hoe kun je de buiten ruimte optimaal gebruiken?
Neem een plattegrond van je eigen binnen- en buitenruimte mee. Hiermee gaan we in de opleiding improviseren en inrichten.
Op locatie wordt er gekeken naar de inrichting, het handelen in de praktijk, gebruik ergonomische meubelen, etc., etc..
Beoogde leereffecten van de opleiding
Kennis:
- Kennis hebben over de ontwikkeling van het jonge kind;
- Kennis hebben over de ergonomie;
- Kennis over het gebruik van ergonomische meubels in combinatie met de ontwikkeling van kinderen.
Vaardigheden:
In staat zijn om anderen te ondersteunen in hun dagelijks handelen, waarbij het kind uitgedaagd wordt in zijn ontwikkeling;
In staat zijn om binnen- en buitenruimten zodanig in te richten, dat een kind zich optimaal kan ontwikkelen;
In staat zijn om anderen te observeren in hun handelen en dit ook te communiceren;
In staat zijn om signalen van zowel kinderen als pedagogisch medewerkers op te vangen en te weten wat er mee te doen.
Aantal deelnemers: 20
Doelgroep: Opleiding voor pedagogische medewerkers, leerkrachten en leidinggevenden.
Werkwijze:
Naast theoretisch kennis zal veel door eigen ondervinding worden aangeboden. Zelf bewegen en ervaren wat kinderen beleven krijgt een belangrijke plaats. In groepjes wordt de theorie vertaald naar de praktijk in activiteiten.
Materialen:
De trainer gebruikt een flap-over, en andere materialen worden door haar meegebracht.
Cursusmateriaal:
Na de workshop wordt een hand-out uitgedeeld, geschreven door de trainer. Ook is er de mogelijkheid om de boekjes over dit onderwerp aan te schaffen bij de trainer i.c. “De motorische ontwikkeling ” en “De zintuiglijke ontwikkeling”, à € 4,00/stuk.
Trainer:
Hanneke Poot – van der Windt, kinderfysiotherapeute (niet praktiserend) en psychomotorisch remedial teacher. Zij is als docente werkzaam binnen de Kinderopvang en basisscholen.
